algemene suggesties

je eigen houding en rol

Docenten (en studenten) die voorlichting gaan geven over homoseksualiteit moeten zich zo goed mogelijk voorbereiden op het onderwerp. Hij/zij moet zich verdiept hebben in de vooroordelen die er leven rond homoseksualiteit en zich daar een genuanceerde mening over gevormd hebben. Dit betekent dat docenten hun eigen normen en waarden kunnen herkennen en bereid zijn om deze desgewenst ter discussie te stellen om zo hun mening voortdurend bij te kunnen stellen. Om voorlichting te geven, of dit nou over hetero- of homoseksualiteit gaat, is het een voorwaarde dat de docent(e) zich prettig voelt in de groep zifch in staat voelt om een open sfeer te kunnen creëren. De bedoeling van het geven van voorlichting is niet om leerlingen te dwingen hun gedrag ten opzichte van homoseksualiteit te veranderen. De vooroordelen die zij hebben, hebben te maken met normen en waarden. Het is de bedoeling om de vooroordelen bespreekbaar te maken en in te gaan op waar vooroordelen vandaan komen. Op die manier zullen leerlingen zelf in staat zijn hun meningen te herzien of bij te stellen.

 de situatie van tieners

Als je voorlichting geeft op een middelbare school en te maken hebt met jongeren in de puberteit, dan kunnen vooroordelen heel agressief zijn. Dit hangt waarschijnlijk samen met het feit dat ze in een levensfase zitten waarin ze erg met hun eigen seksualiteit bezig zijn en vaak zelf homoseksuele gevoelens ervaren en daar heel zenuwachtig van worden. De eigen (homoseksuele) gevoelens worden onderdrukt en dit uit zich door homoseksuele mannen/jongens en homoseksuele vrouwen/meisjes uit te schelden en zich heel stoer voor te doen. Sociale, religieuze en culturele invloeden van ouders, godsdienstige voorgangers en vrienden spelen vaak een belangrijke rol in de beleving van tieners, die hun sociale functioneren vooral leren door imitatie van door hen gewaardeerde romodellen. Dit betekent dat je bij jongeren in deze ontwikkelingsfase alleen wat kunt bereiken door je bewust te zijn hoe je kunt omgaan met hun onzekerheden en sociale en culturele achtergrond.

Het tegenovergestelde kan zich ook voordoen. Leerlingen kunnen dichtslaan, zijn heel bang dat medeleerlingen er achter komen dat zij "ook zo" zijn. De open sfeer waarin normen en waarden ter discussie worden gesteld is dan ook belangrijk. Je moet er dus altijd op bedacht zijn dat er we eens één of meerdere jongens of meisjes in de klas zitten die homoseksuele gevoelens hebben of zich als zodanig tijdens de voorlichting manifesteren.

aandacht voor diversiteit

Homoseksualiteit is niet het enige waarop mensen soms gediscrimineerd worden. Ook vrouwen, allochtonen, gehandicapten of ouderen voelen zich geregeld genegeerd, buitengesloten of regelrecht gediscrimineerd. Het is goed deze brede context bij de voorlichting over homoseksualiteit te betrekken. In het boek 'Be Equal, Be Different' kan men hierover meer informatie vinden. In de video "Burger Inn"' komt homofobie aan de orde naast racisme en seksisme. Door een brede context te betrekken, kunnen tieners beter begrijpen hoe intolerantie en discriminatie werkt.

Binnen de voorlichting moet zowel sprake zijn van mannelijke homoseksualiteit als vrouwelijke homoseksualiteit (homo's/flikkers, lesbiënnes/potten). Dit ter identificatie voor de leerlingen, maar ook omdat er meestal over homo's gepraat wordt en bijna nooit over lesbiënnes. Sommige leerlingen weten niet eens dat er lesbiënnes bestaan. In de voorlichting mag biseksualiteit niet ontbreken. Veel jongeren voelen zich aangetrokken tot zowel vriendjes als vriendinnetjes. Omdat homoseksualiteit vaak, zij het meestal onterecht, gerelateerd wordt aan pedofilie ("kinderlokkers"), transseksualiteit en travestie, zal een docent(e) zich ook hierover geïnformeerd moeten hebben. Je kunt hierover informatie verkrijgen bij het plaatselijk COC of de NVSH.

Voorafgaande aan de voorlichting moet duidelijk zijn wat de begrippen heteroseksualiteit, homoseksualiteit en biseksualiteit betekenen. Aan het begin van de les kun je met leerlingen afspreken welke woorden je gaat gebruiken om homo's en lesbiënnes te benoemen. Je kunt hier ook een spel van maken, zie hiervoor de werkvorm Scheldwoorden.

Omdat de meeste leerlingen via heteronormen opgevoed zijn, zien zij relaties en seksuele beleving via deze invalshoeken. Het is de taak van de docent(e) om te proberen deze heteronorm te doorbreken, bijvoorbeeld door rolpatronen aan de orde te stellen. (Waarom vind je het gek dat mannen elkaar zoenen? Meisjes mogen hand in hand lopen en jongens niet, enzovoorts).

Er zijn verschillende werkvormen die als voorbeeld kunnen dienen voor gebruik in de klas:

Scheldwoorden
Associatiespel
Lieve Lita
Enveloppenspel
Rollenspel
Stellingenspel