kenniscentrum seksuele diversiteit in het onderwijs
...aan de Staatssecretaris van Onderwijs en aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, tevens bewindspersoon homo-emancipatiezaken, over de onveiligheid van homojongeren op school.
De vragen zijn gesteld op 20 juni 2001 en op 25 juni 2001 beantwoord door staatssecretaris Adelmund van OC&W. (kenmerk 2000112690).
U vindt hieronder de vragen, dan de antwoorden en vervolgens kort commentaar van Empowerment Lifestyle Services.
1.
Vraag: Heeft u kennisgenomen van de resultaten van het onderzoek van Empowerment Lifestyle Services en Expreszo waarin onder andere wordt geconcludeerd dat homo-, lesbische- en bisexuele tieners zich op school twee- tot drie maal zo onveilig voelen als de gemiddelde scholier, dat 35% van deze scholieren zich nooit of alleen soms veilig voelen op school en dat 61% zich nooit of alleen soms veilig voelt om uit te komen voor hun homosexualiteit? Hoe reageert u daar beleidsmatig op?
Antwoord Adelmund: Ik heb kennis genomen van de resultaten van het onderzoek. De steekproef bevat ook niet-scholieren en het onderzoek is verricht onder een groep jongeren die via zelfselectie deelnamen aan het onderzoek. Het ITS-onderzoek, waarmee de Expreszo-onderzoeksresultaten worden vergeleken, is gebaseerd op een representatieve steekproef. Een vergelijking van de resultaten ligt niet voor de hand. Dit laat overigens onverlet dat homo-discriminatie en -intimidatie op scholen niet toelaatbaar is. OC&W zal daarom beleidsmatig aandacht besteden aan dit probleem.
Commentaar Empowerment: Het klopt dat een deel van de respondenten (circa 25%) geen middelbare schilieren meer waren. Empowerment zal aan Expreszo vragen nader te uit te zoeken of de resultaten anders uitvallen als alleen de respons van de middelbare scholieren wordt geanalyseerd.
Het klopt ook dat de steekproef gedaan is op basis van zelfselectie. Onderzoek onder homoseksuelen is vrijwel altijd een zogenaamd "convenience sample" omdat een representatief onder de algemene bevolking erg groot moet zijn om ook voor homo's en lesbo's representatieve resultaten te genereren. Vaak is dit ook niet mogelijk omdat de onderzoekers van algemeen onderzoek weigeren vragen over homoseksualiteit mee te nemen. In het ITS-onderzoek is niet specifiek naar homoseksualiteit gevraagd, hoewel de steekproef van bijna 10.000 scholieren op zich voldoende zou moeten zijn om ook voor homotieners representatieve resultaten op te leveren. Het is jammer dat de staatssecretaris niet ingaat op de veronderstelling dat de situatie van homo- en lebsische tieners in het algemeen waarschijnlijk onveiliger is dan de situatie van de respondenten, omdat we veronderstellen dat deze respondenten meer mondig en verder in hun ontwikkeling zijn dan gemiddeld.
We zijn blij dat OC&W beleidsmatig aandacht wil besteden aan het probleem. Toch blijft het een groot probleem dat we ook nu nog geen (ook door OCenW erkende) keiharde gegevens hebben over de onveiligheid van homo- en lesbische jongeren. Als deze gegevens er wel waren, spraken we wellicht over een "erkend" probleem. Nu spreken we nog steeds over iets dat OC&W in de marge wil aanpakken en waar de meeste scholen het belang nog helemaal niet inzien.
2.
Vraag: Bent u bereid om, anders dan in de Nota homo-emanciptiebeleid wordt voorgesteld, voor het ministerie van OC&W een expliciet eigen beleid te ontwikkelen waarmee homo-vijandigheid in het onderwijs systematisch wordt aangepakt; bijvoorbeeld door pilot-projecten op te starten en models of good practice te ontwikkelen waarmee homovijandigheid op scholen wordt bestreden en een veiliger klimaat ontstaat, door OC&W te laten meewerken aan kennisuitwisseling tussen de verschillende actoren op het gebied van homo-emancipatie in het onderwijs (homogroepen van vakbonden, emancipatiebureau's, gemeenten, etc.) en door een helpdesk in te stellen die jongeren (en leerkrachten) die slachtoffer zijn van homovijandigheid ondersteunt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord Adelmund: Homo-emancipatie is op diverse terreinen van het onderwijsbeleid aan de orde. Homo-emancipatie is thans onderdeel van verschillende beleidstrajecten. Met name geldt dit voor bet Transferpunt Jongeren, School en Veiligheid, het Platform Veiligheid en Geweld, het Project Preventie Seksuele Intimidatie, de onderwijstelefoon en de klachtenregeling.
Commentaar Empowerment: De staatssecretaris gaat niet duidelijk in op de vragen van Dittrich. De vragen waren immers: wilt u eigen expliciet beleid ontwikkelen, waaronder drie specifieke suggesties: een pilotproject met scholen, uitwisseling van kennis en een helpdesk. De achtergrond van deze vragen is dat er momenteel slechts hier en daar vrijblijvend aandacht is voor homoseksualiteit en dat het ministerie (anders dan andere ministeries) nauwelijks richtlijnen uitbrengt of geld vrijmaakt voor de stimulering van homobeleid in scholen.
De suggesties komen van Empowerment en zijn gebaseerd op aanbevelingen uit diverse expert meetings, uit overleg met de homogroepen van de vakbonden, uit overleg met ambtenaren van het ministerie zelf en op de aanbevelingen vanyuit de homo- en lesbische beweging op de homonota. In een pilotproject zouden het APS-project De Veilige School, de Inspectie en Empowerment kunnen samenwerken met enkele scholen. In zo'n pilot zouden we onderzoek naar hoe onveiligheid ontstaat en naar hoe de Inspectie dat kan meten en evalueren willen combineren met experimententen in scholen over hoe zij zonder veel extra energie de veiligheid praktisch kunnen verbeteren. Zo'n pilot hoeft niet beperkt te zijn tot homo-emancipatie, maar moet ook niet te breed worden. Het best is om het te richten op sociaal-emotionele veiligheid, met name beperking van homovijandigheid, racisme en ongelijke behandeling van meiden. Over de invulling van zo'n project bestaat reeds contact tussen Empowerment en het NISSO. Bovendien zou zo'n pilot nauw aansluiten op allerlei initiatieven vanuit progressieve gemeenten. De uitwisseling van kennis is essentieel omdat er in en rond veel scholen mensen wel dingen willen rond emancipatie, maar daar nauwelijks contact over hebben met elkaar. Veel initiatieven blijven daardoor hangen in mooizaam individueel "gemodder". De wederzijdse steun en inspiratie ontbreekt om deze meerjarige strijd vol te houden. Emancipatie burn-out en steeds weer het wiel uitvinden zijn de nadelige gevolgen. Ook het idee van een helpdesk (een reeds door Empowerment bij OCenW ingediend projectplan) moet in dit kader ondersteuning bieden.
OC&W gaat echter niet op deze suggesties is, wat erop wijst dat zij haar "eigen beleid" wil beperken tot de zijdelingse aandacht voor homo-emancipatie binnen bestaande projecten. Het antwoord op deze tweede vraag bestaat met name uit beschrijvingen van zulke projecten. Zoals bij eerdere antwoorden op kamervragen zijn de antwoorden deels holle frasen, deel misleidend. Op enkele punten gloort enige hoop voor wat meer substantiële aandacht, maar het houdt niet over. We gaan bij de afzonderlijke paragrafen van het antwoord in op de genoemde punten.
(Adelmund vervolgt:) Het transferpunt Jongeren, School en Veiligheid (voor primair- en voortgezet onderwijs en beroeps, en volwasseneneducatie) dat in april 2000 bij het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum van start is gegaan is er op gericht de school tot een veilige plek te maken. Binnen een veilig en positief klimaat is ook een plek voor homoseksuele docenten en scholieren.
Het transferpunt zet in op de volgende activiteiten:
Verbindingen leggen tussen wat rijk, provincies en gemeenten willen bereiken en wat binnen scholen voor po en vo en bij bve-instellingen mogelijk is
scholen en ondersteuners de weg wijzen naar materialen, werkwijzen, trainingen en andere vormen van ondersteuning
vragers in contact brengen met aanbieders
lokale ontwikkelingen entameren en inventariseren waar scholen en gemeenten concreet aan werken
knelpunten in de uitvoering signaleren, daarover rapporteren aan de overheden en adviseren over mogelijke oplossingen.
Ik ben overigens met het Transferpunt Jongeren, School en Veiligheid in gesprek over de wijze waarop binnen het Transferpunt meer specifiek aandacht kan komen voor de discriminatie en intimidatie van homoseksuele scholieren en leerkrachten.
Het transferpunt regelt tevens in samenhang de preventie seksuele intimidatie (PPSI), de onderwijstelefoon en activiteiten op het gebied van veiligheid.
Commentaar Empowerment: De activiteiten van het Transferpunt Jongeren rond homoseksualiteit zijn nog beperkt. In één van hun producten rond crisismanagement hebben zij ernaar verwezen dat er ook problemen rond veiligheid rond homoseksualiteit kunnen spelen. Inhoudelijk is daar nog geen aandacht voor geweest. Het is expliciet beleid van het project De Veilige School om specifieke doelgroepen of problemen niet uit te lichten. In een CD-rom van De Veilige School voor scholen met verwijzingen naar ondersteunende instellingen staan verwijzingen naar het NIGZ, Empowerment en het COC. Overigens is er via deze bron in de afgelopen drie jaar nog geen enkele ondersteuningsvraag naar deze instellingen gekomen. Uit een gesprek dat Empowerment met de projectleider van het project De Veilige School had in februari bleek dat er wel bereidheid was om meer te kijken naar extra ondersteuning rond homoproblematiek. Het idee voor een helpdesk past daar goed in: die zou als achterwacht van de onderwijstelefoon kunnen functioneren. Waarschijnlijk is dit de inzet van het gesprek van Adelmund met het Transferpunt. Een probleem blijft wel dat een achterwacht weinig zin heeft als scholen niet weten dat er ondersteuning is of zelfs maar erkennen dat zij een probleem hebben. Expliciet beleid van het ministerie zou dit dilemma kunnen oplossen.
(Adelmund vervolgt:) De BVE-sector kent een vergelijkbaar Platform Veiligheid en Geweld, dat verantwoordelijk is voor de veiligheid op ROC's.
Commentaar Empowerment: Ook met het Platform Veiligheid en Geweld in de BVE-sector heeft Empowerment gesproken. Aandacht voor homo-emancipatie is daar nog niet. Op stafniveau was er echter wel belangstelling. Het gesprek leidde ertoe dat het Platform de Empowerment in de zomer de publicatie "Effectief homobeleid voor het onderwijs" gaat versturen naar ROC's. Adelmund zegt niets over of haar eventuele contacten met het Platform Veiligheid en Geweld in de BVE-sector rond homo-emancipatie.
(Adelmund vervolgt:) Het PPSI besteedt expliciet aandacht aan homoseksualiteit. In 1996 is het boekje "Preventie van homoseksuele intimidatie" uit gebracht voor het voortgezet onderwijs, waarin is opgenomen wat seksuele intimidatie is en hoe scholen aandacht kunnen geven aan de problematiek. Het boekje bevat veel achtergrondinformatie, tips en literatuurverwijzingen.
PPSI werkt in zijn presentaties standaard met casuïstiek en afbeeldingen waarin homoseksuele intimidatie van leerlingen en personeelsleden te herkennen is.
PPSI wijdt in zijn jaarlijkse VO-conferenties (die jaarlijks bezocht worden door 300 schoolleiders) een workshop aan homo-intimidatie. ln oktober 2001 zal dat gebeuren onder de titel: Homo's gaan via de achteruitgang; (on)vei1igheid op school voor homoseksuele leerlingen en personeelsleden.
Commentaar Empowerment: Het boekje "Preventie van homoseksuele intimidatie" bestaat inderdaad. Er is echter in het onderwijs geen aandacht aan gegeven dat het bestaat. Zelfs emancipatiespecialisten kennen het meestal niet. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het boekje (verkrijgbaar bij het APS) nauwelijks wordt besteld. Dit is een voorbeeld van hoe het ministerie soms wel losse initiatieven ondersteunt, maar geen beleid maakt waardoor er van implementatie weinig terecht komt. Dat het PPSI ook aandacht aan homoseksuele intimidatie besteedt, behoort tot haar kwaliteitsbeleid en is lovenswaardig. Het lijkt ons echter geen uiting van expliciet OC&W beleid.
(Adelmund vervolgt:) Bij de onderwijstelefoon worden medewerkers systematisch op de hoogte gehouden over onveiligheid voor homoseksuele leerlingen en personeelsleden op school. De medewerkers verwijzen bellers desgewenst door naar één van de klachtencommissies.
Commentaar Empowerment: Empowerment vraagt zich af wat de staatssecretaris bedoelt met dat "medewerkers van de onderwijstelefoon systematisch op de hoogte worden gehouden over onveiligheid van homoseksuele leerlingen en personeelsleden". Is dat door de Inspectie, die nauwelijks en daarbij alleen de ergste meldingen krijgt? Of bedoelt zij de telefoontjes die zij krijgen? Hoeveel meldingen krijgt de onderwijstelefoon hierover eigenlijk?
(Adelmund vervolgt:) Scholen zijn sinds 1-8-1998 verplicht een klachtenregeling te hebben, waarin ook seksuele intimidatie en discriminatie zijn opgenomen. Onder intimidatie wordt ook intimidatie van homoseksuelen en lesbiennes verstaan.
Commentaar Empowerment: De klachtenregeling seksuele intimidatie omvat in principe ook homoseksuele intimidatie. Hoewel dit verplicht is sinds 1998, blijkt dat er slechts op 27% van de scholen afspraken zijn over de aanpak van problemen rond vrouwendiscriminatie of homodiscriminatie. Meestal betreft dit afspraken over vrouwendiscriminatie (Derriks & De Kat, "Mij maakt het niets uit", SCO Kohnstam Instituut, 1999). Dit gegeven sluit wel aan op de melding van homotieners uit ons onderzoek dat de helft van hen geen gehoor krijgt bij de schoolleiding bij problemen. Toch denkt Adelmund blijkbaar dat de situatie voldoende geregeld is. Ook dit is een voorbeeld van hoe de staatsecretaris ons met een kluitje het riet in stuurt en blijkbaar geen beleid wil maken.
(Adelmund vervolgt:) Om scholen beter te instrumenteren op het gebied van lesmateriaal over homoseksualiteit heeft het APS (in samenwerking met het COC) in opdracht van Oc&W in 1997 een programma ontwikkeld voor het voortgezet onderwijs.
Commentaar Empowerment: Dat het APS in 1997 met het COC een lesprogramma heeft ontwikkeld voor het VO is blijkbaar zo strikt geheim dat niemand het weet. Misschien is men in de war met het lesprogramma "Leefvormen" dat Empowerment rond die tijd binnen het programma "emancipatie in het primair onderwijs" van het APS ontwikkelde.
(Adelmund vervolgt:) De Rutgers Stichting en de Stichting voor Leerplanontwikkeling hebben voor basisscholen het lesprogramma "Relaties en Seksualiteit" ontwikkeld. Dit programma is geheel door OCenW gefinancierd.
Commentaar Empowerment: Het lesprogramma "Relaties en seksualiteit" van de Rutgers Stichting en de Stichting voor Leerplanontwikkeling is al enige jaren niet meer verkrijgbaar. Overigens kwam homoseksualiteit in deze lesmap voor het basisonderwijs nauwelijks voor en werden de betreffende twee oefeningen niet of nauwelijks toegepast in basisscholen, dus ook hier stelt dit "beleid" in werkelijkheid nauwelijks iets voor. Zeker nu Rutger Consult ter ziele is gegaan, is onduidelijk of er nog een vernieuwde versie komt. Empowerment heeft in de afgelopen jaren gesprekken gevoerd met Rutgers Consult over eventuele verbetering van de aandacht voor homoseksualiteit in een nieuwe versie van "Relaties en seksualiteit". Deze gesprekken zijn afgebroken door het opheffen van Rutgers Consult.
(Adelmund vervolgt:) Uit onderzoek in opdracht van FORUM naar de mate van intolerantie van allochtone jongeren tegenover homoseksualiteit ("Verschillen verkend", 1998) bleek dat allochtone jongeren vooral uit gebrekkige kennis over homoseksualiteit een intolerante houding aannemen tegenover homoseksuelen. Om aan het kennishiaat iets te doen, heeft FORUM in samenwerking met het COC, de Rutgers stichting, NIGZ en de AOb (met medefinanciering van OCenW) lesmateriaal en een docentenhandleiding ontwikkeld bij de programmareeks Burger-Inn van de IKON. Dit lesprogramma is gericht op leerlingen in het VO in multiculturele klassen. Het lesprogramma en de videoreeks zijn op een congres in september 1999 aangeboden aan staatssecretaris Vliegenthart. Het lesprogramma wordt niet alleen gebruikt bij VO-scholen, maar ook bij HBO's (o.a. sociaal-cultureel werk).
Commentaar Empowerment: Over het lespakket Burger Inn is reeds veel gezegd. Uit de evaluatie door Forum moet blijken of het pakket aan de verwachtingen voldoet.
Ahmed Aboutaleb, directeur Forum: "Ik ben niet geheel tevreden over de resultaten van Burger Inn. Tot mijn spijt durven te weinig leraren aan de slag met de lessencyclus. Ik moet bekennen dat de leeftijdsgroep fout gekozen is. Je zou veel vroeger moeten beginnen met voorlichting, al in de hoogste klassen van de basisschool. De leerlingen van 11,12 jaar zijn nog kneedbaar in het vormen van denkbeelden. We gaan het bestaande lespakket nu evalueren en bijstellen. We willen niet meteen met nieuwe strategieën komen, dat heeft geen zin. Maar we zullen de zaak ook niet laten liggen. Dat is het laatste wat je moet doen!." (Gay Krant, 14 april 2001)
(Adelmund vervolgt:) Vanuit de onderkenning van de problematiek zal het komende studiejaar systematischer ingezet worden op voorlichten en methodenverbetering.
Tevens zal het toezicht van de onderwijsinspectie op dit aspect verscherpt worden.
Commentaar Empowerment: Empowerment is vooral blij met deze laatste twee zinnen van het antwoord: dat het ministerie systematisch zal inzetten op voorlichten en methodenverbetering en dat het toezicht van de Inspectie verscherpt zal worden. Wij hopen dat dit met beleid gedaan wordt en dat er extra geld voor vrijkomt.
[Empowerment zal in ieder geval nog deze zomer komen met uitgewerkte voorstellen hiervoor.]